ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0486
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen nieuwe bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser is op 24 juli 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en het belang van openbare orde. Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting bestond, mede omdat eerdere bewaringen waren opgeheven wegens hetzelfde gebrek aan zicht. Verweerder stelde drie nieuwe feiten (nova) voor die mogelijk zicht op uitzetting zouden bieden: een telefoonnummer van het Marokkaanse consulaat bij eiser, een getuige die eiser kende als "Rashid uit Marokko", en een taalanalyse die eiser eenduidig aan Algerije koppelt.
De rechtbank oordeelde dat deze nova onvoldoende concreet waren om zicht op uitzetting aan te nemen. Wel vormde de taalanalyse een concreet aanknopingspunt voor een nieuw onderzoek in de provincie Oran, dat nog niet eerder was verricht. Dit onderzoek werd door verweerder gestart en kon niet vooraf als zinloos worden bestempeld. De rechtbank vond dat verweerder het onderzoek met voldoende voortvarendheid moest voortzetten.
Gezien de feiten en omstandigheden achtte de rechtbank de maatregel van bewaring rechtmatig en wees het beroep van eiser af. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Baldinger op 7 augustus 2008 en is vatbaar voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de nieuwe bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.