ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Odink
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vrijheidsontneming wegens rechtmatig verblijf op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Nigeriaanse burger, werd op 12 oktober 2007 vrijheidsontnemend vastgehouden op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Het onderhavige beroep betreft een vervolgberoep tegen deze maatregel. Eiser stelde dat zijn gezondheidsklachten en het rechtmatig verblijf op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 de voortzetting van de vrijheidsontneming niet langer rechtvaardigden.
De gemachtigde van verweerder voerde aan dat het rechtmatig verblijf door uitstel van vertrek niet direct tot beëindiging van de vrijheidsontneming leidde, mede vanwege medische overwegingen in verband met tuberculosebehandeling. De rechtbank oordeelde dat met de verlening van uitstel van vertrek per 18 juli 2008 op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 eiser rechtmatig verblijf verkreeg en daarmee niet langer aan de voorwaarden voor vrijheidsontneming werd voldaan.
De rechtbank stelde vast dat het voortduren van de bewaring vanaf 18 juli 2008 onrechtmatig was en veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €1890,- aan eiser. Tevens werd de bewaring per 14 augustus 2008 opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank heft de vrijheidsontneming per 14 augustus 2008 op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring vanaf 18 juli 2008.