ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0850
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag en niet-ontvankelijkheid vordering in vennootschap onder firma
In deze kortgedingprocedure vorderen eiseressen de opheffing van conservatoire (derden)beslagen die door gedaagden zijn gelegd. Deze beslagen zijn gelegd ten laste van eiseressen in verband met vorderingen die gedaagden stellen te hebben. De voorzieningenrechter stelt vast dat de gelegde beslagen van rechtswege zijn komen te vervallen omdat niet binnen de wettelijke termijn een eis in de hoofdzaak is ingesteld. De eis in de hoofdzaak die gedaagden later hebben ingesteld, ziet op de verdeling van de gemeenschap van de vennootschap onder firma (V.O.F.), terwijl de beslagen betrekking hebben op andere vorderingen die niet in de hoofdzaak zijn opgenomen.
Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat Fiducia Beheer niet zelfstandig bevoegd is om namens de V.O.F. een vordering in te stellen tegen [A.] Beheer, omdat volgens de Hoge Raad een vordering van de gemeenschap op een deelgenoot bij de verdeling aan de orde kan komen en niet zelfstandig door een deelgenoot kan worden ingesteld. Ten aanzien van het voorschotvordering van [eiser sub 2.] wordt een lager bedrag toegewezen dan gevorderd, rekening houdend met de complexe onderlinge verhoudingen binnen de V.O.F.
De voorzieningenrechter wijst het meer of anders gevorderde af, veroordeelt gedaagden in de kosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Tevens wordt een verbod op nieuwe beslagleggingen afgewezen omdat niet is gebleken dat toekomstige beslagen vexatoir zouden zijn.
Uitkomst: Conservatoire beslagen worden opgeheven en Fiducia Beheer wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen [A.] Beheer.