ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1054
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bewaring en uitzetting naar Noord-Irak wegens onvoldoende medewerking
Eiser, een Iraakse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Noord-Irak. Hij stelde dat hij geen afstand had gedaan van rechtsbijstand en dat de bewaring onterecht was vanwege de duur en het ontbreken van zicht op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet actief en volledig heeft meegewerkt aan zijn uitzetting, met name door het niet ondertekenen van een laissez-passer aanvraag en het niet verklaren van bereidheid tot vrijwillige terugkeer. Dit is een vereiste voor het verkrijgen van een reisdocument voor uitzetting.
Verweerder toonde aan dat uitzettingen naar Noord-Irak mogelijk zijn, mits aan voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank vond dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestaat en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De procedure omvatte meerdere zittingen en schriftelijke vragen over de uitzettingspraktijk, waarbij verweerder de gang van zaken toelichtte. De rechtbank bevestigde dat de bewaring gerechtvaardigd was en dat de vertrekplicht van eiser niet was nagekomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.