ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1661
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser is op 31 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld door verweerder. De rechtbank beoordeelt of deze maatregel rechtmatig is en of er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Verweerder stelt dat door recente diplomatieke contacten met Chinese autoriteiten, waaronder de afgifte van een laissez-passer, zicht op uitzetting bestaat.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit van een afgegeven laissez-passer in een individueel geval niet leidt tot een structureel gewijzigde opstelling van de Chinese autoriteiten. Eerdere uitspraken van de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State benadrukken het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een spoedige uitzetting.
Gezien het ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, oordeelt de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig is vanaf het begin. Eiser heeft negentien dagen in bewaring doorgebracht en krijgt een schadevergoeding van € 1.560,-- toegekend. Daarnaast worden de proceskosten van € 644,-- aan eiser vergoed. De bewaring wordt onmiddellijk opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding van € 1.560,-- toe.