ECLI:NL:RBSGR:2008:BF2119
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J. Ebbens
- A.E. Veldhoen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toekenning Rva-verstrekkingen aan ongewenst verklaarde asielzoeker
Verzoeker, een asielzoeker van Afghaanse nationaliteit, is door de Staatssecretaris van Justitie ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen wegens handelen in strijd met artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Tegen deze besluiten zijn beroep en bezwaar ingesteld, die nog niet zijn beslist.
Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening die hem recht geeft op verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) tot vier weken na de beslissing op het beroepschrift. De voorzieningenrechter overwoog dat de aard van de ongewenstverklaring normaal gesproken alleen de uitzetting schorst, maar in deze situatie, waarin het eerdere asielbesluit was vernietigd en verzoeker rechtmatig verblijf heeft vanwege het beroep, ook alle rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring geschorst kunnen worden.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker sinds 27 maart 2008 niet meer op grond van artikel 4, tweede lid, Rva van opvang kan worden uitgesloten en dat hij aanspraak kan maken op opvang en verstrekkingen volgens hoofdstuk 4 van de Rva. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen met ingang van 3 juni 2008 tot vier weken na de beslissing op het beroepschrift.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten ad € 644,-. De uitspraak werd gedaan op 1 september 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van Rva-verstrekkingen aan ongewenst verklaarde asielzoeker werd toegewezen tot vier weken na beslissing op beroep.