ECLI:NL:RBSGR:2008:BF2724
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De vreemdeling, een Chinese nationaliteit dragende persoon zonder identiteitspapieren, maakte bezwaar tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring die op 24 juni 2008 was opgelegd. Het beroep richtte zich op de rechtmatigheid van deze vrijheidsontnemende maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig al hadden bevestigd en dat nu alleen de voortzetting van de maatregel aan de orde was. Uit de stukken bleek dat de Chinese autoriteiten op 8 september 2008 een laissez-passer hadden afgegeven, gebaseerd op gegevens die vergelijkbaar waren met die van de vreemdeling, waaronder naam, adres en identiteitsnummer. Dit bood voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de bewaring niet onrechtmatig was en dat er geen reden was om schadevergoeding toe te kennen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.