ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opname in psychiatrische kliniek wegens detentiegerelateerde PTSS
Eiser verbleef vijf maanden in Braziliaanse uitleveringsdetentie en werd daarna in Nederland gevangen gezet. Hij werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en lijdt volgens deskundigen aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS), mogelijk detentiegerelateerd. Eiser vordert plaatsing in een psychiatrische kliniek op grond van artikel 15 lid 5 Penitentiaire Pro Beginselenwet (PBW), stellende dat behandeling binnen detentie onmogelijk is en voortzetting van detentie onherstelbare schade veroorzaakt.
De rechtbank neemt het oordeel van het hof Den Haag van 15 april 2008 als uitgangspunt, waarin is vastgesteld dat behandeling van PTSS binnen detentie niet per definitie onmogelijk is. Een recent psychiatrisch onderzoek kon de diagnose PTSS niet met zekerheid bevestigen en liet ook de mogelijkheid van simulatie open. De Staat heeft een overplaatsing naar een individuele begeleidingsafdeling (IBA) in Vught voorgesteld.
De voorzieningenrechter acht onvoldoende bewezen dat voortzetting van detentie zonder opname in een psychiatrische kliniek onherstelbare schade zal veroorzaken. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en op 26 september 2008 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig handelt door eiser niet in een psychiatrische kliniek op te nemen.