ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3214
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Wentholt
- L.J. Hofstra
- W.P. Claus
- Rechtspraak.nl
Beëindiging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden vanwege meermalen binnen of buiten Nederland brengen van verboden middelen en het opzettelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument. Verweerder heeft daarop het verblijfsrecht van eiser op grond van Richtlijn 2004/38/EG beëindigd en hem ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000.
Eiser stelde dat een strafrechtelijke veroordeling op zichzelf onvoldoende is voor beëindiging van het verblijfsrecht en dat hij geen actuele bedreiging vormt, mede omdat hij inmiddels aan Britse autoriteiten is overgedragen. De rechtbank oordeelt echter dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving en dat het besluit in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank weegt mee dat eiser verklaarde naar Nederland te zijn gekomen met het doel toeristen op te lichten, zich niet heeft gemeld bij de vreemdelingendienst, niet wil werken en geen bindingen heeft met Nederland. Het besluit is niet uitsluitend gebaseerd op het strafblad maar ook op het persoonlijke gedrag en verklaringen van eiser.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het verblijfsrecht heeft beëindigd en eiser ongewenst heeft verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.