ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3851
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit, verbleef in bewaring sinds 13 februari 2008 met het oog op uitzetting. Na meer dan zes maanden bewaring stelde eiser beroep in tegen het voortduren van deze maatregel, stellende dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de bewaring onrechtmatig voortduurde.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiser niet had meegewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, inmiddels voldoende gegevens waren ontvangen om te concluderen dat er geen zicht was op uitzetting op korte termijn. De geplande Task Force voor presentatie en afgifte van laissez passer was onduidelijk en niet concreet gepland, waardoor de uitzetting werd vertraagd.
De rechtbank nam mee dat het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld na zes maanden zwaarder weegt dan het belang van de Staat bij voortzetting van de bewaring. Gezien het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn werd het voortduren van de bewaring onrechtmatig geacht vanaf 3 september 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring met ingang van de uitspraakdatum en kende eiser een schadevergoeding toe van €160,--. Tevens werden de proceskosten van €644,-- aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven.