ECLI:NL:RBSGR:2008:BF5658
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens nalaten uitbrengen voornemen tot afwijzing verblijfsvergunning
Eiseres diende op 4 september 2006 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 12 juli 2007 af, maar dit besluit werd op 22 november 2007 door de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het risico bij terugkeer naar Burundi.
Na vernietiging bevond de procedure zich weer in de aanvraagfase, waarbij verweerder opnieuw een besluit nam op 25 januari 2008. Eiseres stelde hiertegen beroep in. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen schriftelijk voornemen tot afwijzing had uitgebracht, zoals vereist op grond van artikel 39 Vreemdelingenwet Pro 2000, waardoor eiseres niet de mogelijkheid kreeg een zienswijze naar voren te brengen.
Verweerder stelde dat op 7 maart 2007 al een voornemen was uitgebracht en dat artikel 3.119 Vreemdelingenbesluit 2000 van toepassing was, maar de rechtbank verwierp dit omdat het eerdere voornemen onderdeel was van het vernietigde besluit. Ook kon het ontbreken van het voornemen niet worden gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiseres hierdoor benadeeld was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,- ten gunste van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.