ECLI:NL:RBSGR:2008:BF6779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting Palestijn naar Libanon
Eiser, van Palestijnse afkomst en geboren in Libanon, werd op 28 juli 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens illegaal verblijf. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Libanon, omdat de Libanese autoriteiten geen laissez passer verstrekken aan Palestijnen.
Verweerder stelde dat de bewaring rechtmatig was en dat het uitzettingstraject was opgestart, met overleg gepland op 18 augustus 2008. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van de overgelegde correspondentie alleen personen met de Libanese nationaliteit een laissez passer kunnen krijgen. Aangezien eiser Palestijn is en geen Libanese nationaliteit heeft, is het niet te verwachten dat een laissez passer zal worden verstrekt.
Daarmee ontbrak het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op per 15 augustus 2008 en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.335,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten ten laste van de Staat gesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.