ECLI:NL:RBSGR:2008:BF6919
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijk beleid bij uitzetting vreemdeling naar Duitsland ondanks termijnoverschrijding
Eiser, een Iraakse vreemdeling, werd op 1 juli 2008 in bewaring gesteld en voerde aan dat de uitzetting naar Duitsland onnodig was vertraagd. De Duitse autoriteiten keurden het claimverzoek op 14 juli 2008 goed, maar de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) werd pas op 23 juli 2008 geïnformeerd, waarna de voorbereidingen voor overdracht werden gestart. De feitelijke overdracht vond plaats op 1 augustus 2008, vijf dagen later dan de door verweerder gehanteerde termijn van veertien dagen.
De rechtbank acht het beleid van verweerder om binnen veertien dagen tot uitzetting te komen redelijk, maar wijst de overschrijding toe aan verweerder vanwege ziekte van een medewerker, wat niet als bijzondere omstandigheid wordt gezien. Verweerder heeft onvoldoende voortvarendheid betracht en geen zwaarwegende belangen aangevoerd ter rechtvaardiging.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent eiser een schadevergoeding toe van €350,00 voor de periode van vijf dagen overschrijding, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij bewaring. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van €805,00. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €350 toe wegens overschrijding van de uitzettingstermijn.