ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8087
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij weigering visum kort verblijf wegens motiveringsgebrek
Verzoeker, een vreemdeling uit Libanon, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Beiroet. De aanvraag werd geweigerd omdat niet voldoende was aangetoond dat verzoeker tijdig zou terugkeren naar zijn land van herkomst, een vereiste volgens artikel 5 van Pro de Schengengrenscode.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze weigering en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, omdat hij spoedeisend belang had bij het kunnen bijwonen van een medische ingreep van zijn dochter in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was en dat het spoedeisend belang voldoende was onderbouwd met medische verklaringen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit van 14 juli 2008 onvoldoende was gemotiveerd, omdat niet was toegelicht op welke gronden de terugkeer onvoldoende gewaarborgd werd. Gezien de feiten en omstandigheden, waaronder het legale streven van verzoeker om zich in Nederland te vestigen en zijn eerdere terugkeer naar Libanon, was er reden om aan te nemen dat het bezwaar een redelijke kans van slagen had.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder opgedragen om al het nodige te doen om verzoeker in het bezit te stellen van een visum kort verblijf voor een periode die uiterlijk eindigt op 6 december 2008. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt opgedragen een visum kort verblijf af te geven tot uiterlijk 6 december 2008.