ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.M. Baldinger
- D. Kloos
- Rechtspraak.nl
Bewaring vreemdeling onrechtmatig wegens niet wijzen op recht op consulaire bijstand
Eiser, een vreemdeling van Indiase nationaliteit, werd op 25 september 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Zijn gemachtigde stelde dat eiser niet was gewezen op het recht op consulaire bijstand zoals vereist volgens het Verdrag van Wenen en het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank constateerde dat uit het dossier niet bleek dat eiser op dit recht was gewezen en dat verweerder dit ook niet aannemelijk had gemaakt. Er was geen proces-verbaal waarin melding werd gemaakt van deze mededeling, waardoor controle daarop niet mogelijk was.
Verweerder voerde aan dat belangen zoals het ontbreken van identiteitsdocumenten en illegaal verblijf de bewaring rechtvaardigden, maar de rechtbank vond dat er geen zeer zwaarwegende belangen waren zoals criminele antecedenten of staatsveiligheidsrisico's die de schending konden rechtvaardigen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de bewaring onrechtmatig was en dat voortzetting van de vrijheidsbeneming niet gerechtvaardigd was. De rechtbank zag geen aanleiding tot het toekennen van schadevergoeding, maar veroordeelde de Staat wel in de proceskosten van eiser.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken van de Rechtbank 's-Gravenhage op 7 oktober 2008.
Uitkomst: Bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens niet wijzen op recht op consulaire bijstand.