ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8931
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap bij erkend kind met toekenning gerechtelijk bewijs van verwekkerschap
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een kind geboren in 2004. De man heeft het kind reeds erkend en is daarmee volgens artikel 1:199 BW Pro de juridische vader. DNA-onderzoek bevestigde met hoge zekerheid het biologische vaderschap van de man.
Gezien het feit dat de man het kind erkend heeft en het vaderschap juridisch vaststaat, oordeelde de rechtbank dat de moeder geen belang heeft bij de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en wees het verzoek af. De rechtbank ging echter in op het subsidiaire verzoek van de bijzonder curator om een gerechtelijk bewijs van verwekkerschap toe te kennen.
Op grond van het Tussentijds Bericht Nationaliteiten (TBN 2007/8) wordt een postnatale erkenning in combinatie met een gerechtelijk bewijs van verwekkerschap gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, waardoor het kind met terugwerkende kracht de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen. De rechtbank verleende daarom het gerechtelijk bewijs van verwekkerschap, waarmee het belang van het kind om legaal in Nederland te verblijven wordt gediend.
Verder wees de rechtbank het verzoek tot geslachtsnaamwijziging af, verwijzend naar de wettelijke procedure bij de Koning. De beschikking werd uitgesproken door rechter mr. F.J. Verbeek op 30 juni 2008.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap afgewezen, gerechtelijk bewijs van verwekkerschap toegekend.