ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9029
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Verweerder legde op 19 september 2008 aan eiser, een Chinese vreemdeling, de maatregel van bewaring op met het oog op uitzetting naar China. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
De rechtbank oordeelde dat bewaring krachtens artikel 59 Vreemdelingenwet Pro alleen gerechtvaardigd is indien zicht op uitzetting bestaat. Hoewel verweerder stelde dat diplomatieke inspanningen werden verricht en één laissez-passer was afgegeven, was er geen concrete aanwijzing dat uitzetting op korte termijn mogelijk was. De rechtbank concludeerde dat de feiten en omstandigheden niet wezenlijk waren veranderd sinds een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die het ontbreken van zicht op uitzetting vaststelde.
Daarom werd de bewaring onrechtmatig geacht en werd de maatregel per direct opgeheven. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding van €1645 toe voor 19 dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644. De betaling van de schadevergoeding en proceskosten werd aan de griffier opgedragen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en er wordt een schadevergoeding toegekend.