ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9071
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering
Eiseres is op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard omdat haar artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wordt tegengeworpen. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard en is daarbij ten onrechte afgezien van het horen van eiseres in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het horen in bezwaar noodzakelijk was vanwege het bijzondere feitencomplex en het grote belang voor eiseres. Het enkele horen in de asielprocedure en het 1F-gehoor konden het horen in bezwaar niet vervangen. Hierdoor is het besluit genomen zonder de vereiste zorgvuldigheid en ontbreekt een deugdelijke motivering, wat strijdig is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank geeft aan dat bij het nieuwe besluit onder meer rekening gehouden dient te worden met de criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en met de persoonlijke omstandigheden van eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.