ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.A. ter Meer - Siebers
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken belangenafweging
Eiser werd op 10 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens het voorafgaande gehoor stelde eiser belangen, maar uit het bewaringsdossier bleek geen kenbare belangenafweging die deze belangen tegen die van verweerder afwoog. Verweerder gebruikte een standaardtekst zonder nadere toelichting, waardoor niet inzichtelijk was welke belangen waren meegewogen en waarom de afweging in het nadeel van eiser uitviel.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een duidelijke belangenafweging betekent dat verweerder het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire niet heeft nageleefd. Dit maakt de bewaring onrechtmatig, tenzij verweerder kan aantonen dat de belangen die met de bewaring gediend worden in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Verweerder stelde geen zwaardere belangen of bijzondere omstandigheden vast die dit konden rechtvaardigen.
Gelet op de omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van eiser, werd het beroep gegrond verklaard en de bewaring per direct opgeheven. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend van € 980,-- voor de dagen in bewaring, en werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van € 980 toe.