ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aandeelhoudersbesluit en beëindiging machtsstrijd binnen Omniversum BV
Deze civiele bodemprocedure betreft een escalerende machtsstrijd binnen Omniversum BV te Den Haag tussen twee kampen: [A] cs en [D] cs. [A] cs vordert onder meer de vernietiging van een aandeelhoudersbesluit van 1 juni 2007 en het verbod voor [D] cs om bestuurshandelingen te verrichten. [D] cs vordert onder andere een verklaring voor recht dat [A] onrechtmatig heeft gehandeld en toegang tot het Omniversum.
De rechtbank verwijst uitgebreid naar eerdere kort geding uitspraken en een beschikking van de ondernemingskamer, die reeds voorlopige voorzieningen troffen. De rechtbank oordeelt dat het aandeelhoudersbesluit van 1 juni 2007 vernietigbaar is wegens strijd met artikel 2:227 lid 4 BW Pro en art. 2:15 BW Pro. De vorderingen van [A] cs worden grotendeels toegewezen, terwijl die van [D] cs worden afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat [D] cs onrechtmatig en in strijd met de managementovereenkomst hebben gehandeld, wat de financiële positie van Omniversum BV en haar belangen ernstig heeft geschaad. De vordering van [D] cs tot toegang tot het Omniversum wordt afgewezen vanwege het gepleegde geweld en wanprestatie. De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de matiging van de dwangsom opgelegd in het kort geding. [D] cs worden veroordeeld in de proceskosten, terwijl Omniversum BV buiten deze veroordeling wordt gehouden.
Uitkomst: Het aandeelhoudersbesluit van 1 juni 2007 wordt vernietigd en [D] cs worden veroordeeld zich te onthouden van bestuurshandelingen binnen Omniversum BV onder oplegging van een dwangsom.