ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1727
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser werd op 4 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij voerde aan dat hij onrechtmatig was staandegehouden en dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat het staandehouden rechtmatig was in het kader van een controle op grond van de Wet arbeid vreemdelingen.
De rechtbank onderzocht de afgifte van laissez-passers door de Chinese autoriteiten. Hoewel op 8 september 2008 een laissez-passer was afgegeven, werd dit niet gezien als een betekenisvolle wijziging in de opstelling van de Chinese autoriteiten. De tweede laissez-passer werd afgegeven nadat eiser in bewaring was gesteld en kon daarom niet bijdragen aan het oordeel over zicht op uitzetting ten tijde van de inbewaringstelling.
De rechtbank concludeerde dat ten tijde van de inbewaringstelling geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring onrechtmatig was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en een schadevergoeding van € 1.940,-- toegekend. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 805,--.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van € 1.940 toe.