ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.A.M. Hoek
- E.F. Brinkman
- H.J.M. Smid-Verhage
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs valsheid in geschrifte, oplichting en gewoontewitwassen
Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van valsheid in geschrifte, oplichting en gewoontewitwassen in het kader van geldleningen onder rijksgarantie voor Stichting [B], een organisatie voor gehandicaptenzorg. Hij was penningmeester en ondertekende documenten die betrekking hadden op leningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding II, voor zover deze sprak over het 'redelijkerwijs moeten vermoeden' van criminele herkomst van gelden, innerlijk tegenstrijdig en nietig was. Er was onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte opzettelijk betrokken was bij valsheid of oplichting. Ook was niet vastgesteld dat verdachte willens en wetens betrokken was bij het misbruik van gelden.
Ten aanzien van het gewoontewitwassen stelde de rechtbank vast dat verdachte geen opzet had op de frauduleuze herkomst van de gelden en ook niet betrokken was bij de daaropvolgende handelingen. Hoewel verdachte in een verhoor verklaarde kennis te hebben van de herkomst van gelden, ontbrak bewijs dat hij wist dat deze frauduleus waren. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrifte, oplichting en gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs.