ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3465
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling op grond van overeenkomst van geldlening toegewezen
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een civiele zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde een bedrag van €24.410,-- zou betalen op grond van een overeenkomst van geldlening. De rechtbank verwees naar een tussenvonnis waarin voorshands was vastgesteld dat een geldleningsovereenkomst bestond en dat gedaagde nog een bedrag verschuldigd was. Gedaagde mocht tegenbewijs leveren, maar de getuigenverklaringen boden geen voldoende ontkrachting van het bewijs.
Diverse getuigen verklaarden over omstandigheden rondom het tekenen van een schuldbekentenis en mogelijke bedreigingen, maar de rechtbank achtte deze verklaringen onvoldoende om het bewijs van de leningsovereenkomst te weerleggen. Er was geen overtuigend bewijs van dwang of misbruik van omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat de schuldbekentenis en de verklaringen van eiseres en enkele getuigen voldoende waren om de vordering te steunen.
Gedaagde had ook verzocht om betaling in termijnen, maar dit werd afgewezen wegens gebrek aan grond. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf het moment dat gedaagde in verzuim was, namelijk 7 oktober 2006. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen omdat deze niet voldoende onderbouwd was. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de rente en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €24.410 met wettelijke rente vanaf 7 oktober 2006 en in de proceskosten.