ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3771
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring Chinese vreemdeling wegens onvoldoende belang voortzetting
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het vervolgberoep van een Chinese vreemdeling tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hoewel de rechtbank eerder had geoordeeld dat er voldoende zicht op uitzetting naar China bestond, werd in deze zaak het belang van de vreemdeling bij opheffing van de bewaring zwaarder gewogen dan het belang van de staat bij voortzetting.
De rechtbank nam daarbij de lange duur van de bewaring, het onduidelijke landelijke jurisprudentiële beeld, het feit dat de vreemdeling op 21 augustus 2008 in bewaring zat en het belang van rechtseenheid mee. Ook werd gewezen op andere vergelijkbare zaken waarin de bewaring was opgeheven en de betrokkenen hun vrijheid hadden teruggekregen.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring onrechtmatig was geworden en besloot deze met ingang van de uitspraak op 3 november 2008 op te heffen. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de Chinese vreemdeling wordt opgeheven wegens het zwaarder wegen van zijn belangen boven die van de staat.