ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3960
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na overlijden in vreemdelingenbewaring door Schipholbrand
De zaak betreft een beroep van de zoon van een vreemdeling die is overleden tijdens de brand in het Uitzetcentrum Schiphol. De zoon vordert schadevergoeding omdat zijn vader meer dan noodzakelijk in zijn grondrechten zou zijn beperkt, met name het recht op leven, vanwege onvoldoende brandveiligheid.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is te toetsen of het regime en de verblijfsomstandigheden in het detentiecentrum disproportioneel inbreuk maken op grondrechten. De maatregel van bewaring mag beperkingen in grondrechten inhouden, mits noodzakelijk voor het doel van bewaring en ordehandhaving.
De rechtbank stelt vast dat de beperking van de grondrechten niet het gevolg is van een bewuste beslissing van de overheid, maar van een calamiteit buiten ieders wil. Daarom is de vreemdelingenrechter niet bevoegd om te oordelen over de aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van de brand.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 5 november 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens een calamiteit buiten ieders wil.