ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3976
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens voortijdige indiening vervolgberoep vreemdelingenbewaring
Eiser werd op 14 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 15 oktober 2008 stelde eiser een eerste beroep in tegen deze bewaring, dat op 27 oktober 2008 ter zitting werd behandeld. Nog op diezelfde dag, vóórdat de rechtbank uitspraak deed op het eerste beroep, diende eiser een nieuw beroep in tegen de omzetting van de bewaring naar de b-grond.
De rechtbank oordeelde dat dit tweede beroep als een vervolgberoep moest worden aangemerkt op grond van artikel 96, eerste lid, Vw 2000. Omdat het eerste beroep nog niet ongegrond was verklaard, was het vervolgberoep voortijdig en daarom niet-ontvankelijk. De stelling dat het tweede beroep uitsluitend betrekking had op de omzetting van de bewaring werd verworpen, aangezien het eerste beroep ook gericht was tegen het voortduren van de bewaring.
Bij uitspraak van 3 november 2008 werd het eerste beroep ongegrond verklaard. De rechtbank sloot het vooronderzoek en bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk en wees daarmee het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van 27 oktober 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vervolgberoep voortijdig is ingediend.