ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3976

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08-38345
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens voortijdige indiening vervolgberoep vreemdelingenbewaring

Eiser werd op 14 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 15 oktober 2008 stelde eiser een eerste beroep in tegen deze bewaring, dat op 27 oktober 2008 ter zitting werd behandeld. Nog op diezelfde dag, vóórdat de rechtbank uitspraak deed op het eerste beroep, diende eiser een nieuw beroep in tegen de omzetting van de bewaring naar de b-grond.

De rechtbank oordeelde dat dit tweede beroep als een vervolgberoep moest worden aangemerkt op grond van artikel 96, eerste lid, Vw 2000. Omdat het eerste beroep nog niet ongegrond was verklaard, was het vervolgberoep voortijdig en daarom niet-ontvankelijk. De stelling dat het tweede beroep uitsluitend betrekking had op de omzetting van de bewaring werd verworpen, aangezien het eerste beroep ook gericht was tegen het voortduren van de bewaring.

Bij uitspraak van 3 november 2008 werd het eerste beroep ongegrond verklaard. De rechtbank sloot het vooronderzoek en bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het tweede beroep niet-ontvankelijk en wees daarmee het beroep af.

Uitkomst: Het beroep van 27 oktober 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vervolgberoep voortijdig is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Sector bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 08/38345
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2008
inzake
[eiser],
geboren op [1985],
nationaliteit Marokkaanse,
verblijvende te Zaandam in de penitentiaire inrichting (detentieboot),
eiser,
gemachtigde mr. S. Karkache,
tegen
de staatssecretaris van Justitie,
te Den Haag,
verweerder.
Procesverloop
Op 14 oktober 2008 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in bewaring gesteld.
Eiser heeft op 27 oktober 2008 beroep ingesteld tegen de (omgezette) maatregel van bewaring van 15 oktober 2008. Voorts is om schadevergoeding verzocht.
Naar aanleiding van het beroep heeft verweerder op 29 oktober 2008 een voortgangsrapportage ingezonden. De gemachtigde van eiser heeft hierop, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, gereageerd bij schrijven van 30 oktober 2008.
Bij uitspraak van de rechtbank, zittinghoudende te ’s-Hertogenbosch, van 3 november 2008, is het eerste beroep, strekkende tot opheffing van de vreemdelingenbewaring, ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft vervolgens het vooronderzoek gesloten en bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege kan blijven.
Overwegingen
1. De eerste vraag waarvoor de rechtbank zich thans gesteld ziet en die beantwoording behoeft is of het beroep dat op 27 oktober 2008 is ingediend moet worden aangemerkt als een beroep op grond van artikel 94, eerste lid van de Vw2000 of als een vervolgberoep op grond van artikel 96, eerste lid van die wet.
Vast staat dat, nadat eiser op 14 oktober 2008 in bewaring is gesteld, op 15 oktober 2008 een eerste beroep is ingediend. Dit beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 27 oktober 2008. Nog diezelfde dag en nog voordat de rechtbank uitspraak op het eerste beroep heeft gedaan, heeft eiser opnieuw beroep ingesteld.
Naar het oordeel van de rechtbank kan dit beroep niet anders worden aangeduid dan als een vervolgberoep op grond van artikel 96, eerste lid van de Vw2000. Immers, het eerste beroep van 15 oktober 2008 is in behandeling genomen door de rechtbank en heeft uiteindelijk geleid tot de zitting van 27 oktober 2008 waar de rechtmatigheid van de bewaring is onderzocht.
De stelling van eisers gemachtigde dat het beroep louter ziet op de omzetting van de bewaring naar de b-grond leidt niet tot een ander oordeel, nu het eerste beroep ook wordt geacht te zijn gericht tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 59, eerste lid onder b, van de Vw2000. Zulks is ook expliciet overwogen in de uitspraak van de rechtbank van 3 november 2008 op het eerste beroep.
2. Artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat alleen een vervolgberoep kan worden ingediend als een eerste beroep tegen de oplegging van de maatregel ongegrond is verklaard. Nu het onderhavige beroep is ingesteld voordat de rechtbank het eerste beroep ongegrond heeft verklaard, is eiser niet-ontvankelijk in zijn beroep.
3. Beslist wordt als volgt.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gedaan door mr. E.H.M. Druijf als rechter in tegenwoordigheid van W.G.M. de Boer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2008.