ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3978
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen bewaring vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 18 oktober 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 21 oktober 2008 opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting. Eiser stelde dat de bewaring eerder had moeten worden opgeheven en vorderde daarnaast schadevergoeding.
Verweerder voerde aan dat er wel zicht op uitzetting was, onder meer omdat de Chinese autoriteiten op 8 september en 21 oktober 2008 een laissez passer hadden afgegeven. De rechtbank oordeelde echter dat het enkele feit dat in een ander geval een laissez passer was verstrekt niet betekent dat er een gewijzigde gedragslijn van de Chinese autoriteiten is en dat op 18 oktober 2008 geen zicht op uitzetting bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, kende een schadevergoeding toe van €315,- voor drie dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644,-. De betaling van de schadevergoeding dient te geschieden aan de griffier van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, de bewaring onrechtmatig bevonden en een schadevergoeding van €315,- toegekend.