ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3984
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvraag verblijfsvergunning regulier buiten behandeling gesteld wegens onvolledigheid en niet voldoen leges
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 24 oktober 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking arbeid in loondienst. Verweerder stelde de aanvraag op 12 februari 2008 buiten behandeling wegens het niet voldoen van de leges en het niet in persoon verschijnen om de aanvraag te completeren. Verzoeker betwistte dit en stelde dat een aanvraag zowel in persoon als schriftelijk kan worden ingediend en dat verweerder ten onrechte geen hersteltermijn bood voor het voldoen van de leges.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursorgaan eerst kon vaststellen dat verzoeker in verzuim was door niet te verschijnen en de leges niet te voldoen, maar vervolgens had verweerder verzoeker alsnog de gelegenheid moeten geven dit verzuim te herstellen, hetgeen niet is gebeurd. Daarom mocht de aanvraag niet buiten behandeling worden gesteld op die grond.
Echter, de rechtbank stelde vast dat verzoeker bij de aanvraag onvoldoende gegevens en bescheiden had overgelegd en ook na uitnodiging deze niet had aangevuld. Dit vormde een gegronde reden om de aanvraag buiten behandeling te stellen. De rechtbank volgde de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het indienen van een aanvraag niet per se in persoon hoeft te geschieden, waardoor de weigering op die grond onterecht was.
Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank besloot tevens dat geen kosten aan partijen worden opgelegd. Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De aanvraag verblijfsvergunning regulier werd terecht buiten behandeling gesteld wegens onvolledigheid; de weigering op grond van niet in persoon verschijnen was onterecht.