ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4056

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
4 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/37607
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende zicht op uitzetting

De Staatssecretaris van Justitie heeft op 4 september 2008 aan eiser, een Georgische burger afkomstig uit Abchazië, de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Eiser stelde dat de Georgische autoriteiten geen laissez passer zouden afgeven vanwege zijn afkomst, waardoor uitzetting niet mogelijk zou zijn. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring bevestigd en beoordeelt nu alleen het voortduren hiervan.

Tijdens de procedure heeft verweerder een vertrekgesprek gevoerd en een rappel gestuurd aan de Georgische autoriteiten voor afgifte van een laissez passer. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat de Georgische autoriteiten weigeren laissez passers af te geven aan burgers met banden met Abchazië, aangezien Georgië Abchazië als deel van haar grondgebied beschouwt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat uitzetting niet mogelijk is.

De rechtbank concludeert dat verweerder voortvarend handelt en eiser onvoldoende meewerkt aan uitzetting. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats Groningen
Sector Bestuursrecht
Vreemdelingenkamer
Zaaknummer: Awb 08/37607
Uitspraak op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:
[vreemdeling],
geboren op [geboortedatum],
burger van Georgië,
V-nummer: [V-nummer],
eiser,
gemachtigde: mr. A.M. Westerhuis, advocaat te Leeuwarden.
1. Ontstaan en loop van het geschil
1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft op 4 september 2008 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. Deze maatregel duurt tot op heden voort.
1.2. Eiser heeft tegen het voortduren van de bewaring op 21 oktober 2008 beroep ingesteld bij de rechtbank. De beroepsgronden zijn aangevuld op 28 oktober 2008.
1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken - daaronder begrepen de inlichtingen met betrekking tot de (voortgang van de voorbereiding van de) verwijdering van eiser - aan de rechtbank en aan eiser toegestuurd.
1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 3 november 2008. Eiser is niet in persoon verschenen, maar wel is hij vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Voor
verweerder is als gemachtigde verschenen drs. R.H. Wezeman.
2. Rechtsoverwegingen
2.1. Vooropgesteld moet worden dat de rechtbank de maatregel van bewaring reeds eerder heeft getoetst, laatstelijk bij uitspraak van 10 oktober 2008, en dat daarbij is komen vast te staan dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring rechtmatig zijn. Derhalve staat thans slechts ter beoordeling of het voortduren van de bewaring sindsdien gerechtvaardigd is.
2.2. Eiser heeft de rechtbank verzocht de opheffing van de bewaring te bevelen en schadevergoeding toe te kennen. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting is.
2.3. Verweerder heeft geconcludeerd tot ongegrond verklaring van het beroep en tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
2.4. Op 16 oktober 2008 heeft verweerder met eiser een vertrekgesprek gehouden. Blijkens het gespreksverslag heeft eiser bij deze gelegenheid onder meer aangegeven niet terug te willen naar Georgië. Ook heeft hij gesteld dat informatie van verweerder over een op 20 juli 2007 in Tbilisi aan hem afgegeven Georgisch paspoort onjuist is.
2.5. Daarnaast heeft verweerder op 20 oktober 2008 bij de Georgische autoriteiten schriftelijk gerappelleerd betreffende de ingediende aanvraag van een laissez passer ten behoeve van de uitzetting van eiser. Dit rappel heeft nog niet geleid tot afgifte van een laissez passer.
2.6. Eiser heeft gesteld dat de Georgische autoriteiten geen laissez passer zullen afgeven omdat hij afkomstig is uit Abchazië. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat de Georgische autoriteiten geen laissez passer afgeven voor een burger van Georgië die geboren is in of anderszins banden heeft met Abchazië. Het is van algemene bekendheid dat de Georgische overheid Abchazië beschouwt als deel van het grondgebied van Georgië. In de huidige situatie is het aan eiser om aannemelijk te maken dat de afgifte van een laissez passer voor een persoon afkomstig uit Abchazië niet zal plaatsvinden.
2.7. Gezien het bovenstaande faalt de beroepsgrond dat geen of onvoldoende zicht bestaat op uitzetting van eiser op afzienbare termijn. Voorts handelt verweerder met de vereiste voortvarendheid, terwijl eiser anderzijds onvoldoende medewerking verleent aan de voorbereiding van de uitzetting.
2.8. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gegeven door mr. A.S. Venema-Dietvorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H.A. Hulst als griffier op 4 november 2008.
Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Afschrift verzonden: