ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Punt
- Dam
- Groeneveld-Stubbe
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het Nederlanderschap op basis van postnatale erkenning en gerechtelijk bewijs van vaderschap
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. De kern van het geschil betrof de vraag of verzoeker, die inmiddels meerderjarig is, op grond van postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap het Nederlanderschap kan verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker voldoende had aangetoond dat de heer [A] zijn biologische vader is, mede op basis van een DNA-rapport van Sanquin Diagnostiek. De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2007, waarin werd bepaald dat postnatale erkenning met gerechtelijk bewijs gelijkgesteld kan worden aan gerechtelijke vaststelling van het vaderschap voor de verkrijging van het Nederlanderschap.
Hoewel de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) in artikel 4, lid 1, strikt de voorwaarden voor minderjarige kinderen stelt, achtte de rechtbank het niet onredelijk dat verzoeker, ondanks zijn meerderjarigheid, het Nederlanderschap alsnog verkrijgt. De verkrijging vindt plaats drie maanden na deze uitspraak, behoudens beroep in cassatie. De rechtbank verwierp de bezwaren van de Staat, onder meer dat het Nederlanderschap niet met terugwerkende kracht kan worden verkregen en dat het onwenselijk is dat meerderjarigen op deze wijze Nederlander worden.
De uitspraak bevestigt dat de wettelijke regeling niet mag leiden tot onrechtvaardige verschillen in behandeling en dat verzoeker het Nederlanderschap toekomt op de genoemde datum.
Uitkomst: Verzoeker verkrijgt het Nederlanderschap drie maanden na deze uitspraak op grond van postnatale erkenning en gerechtelijk bewijs van vaderschap.