ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4441
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichte procesvertegenwoordiging bij faillissementszitting vereist advocaat
In deze civiele zaak betreffende insolventierecht heeft de rechtbank 's-Gravenhage geoordeeld over de vraag of procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is tijdens een faillissementszitting. Verzoeker, de ontvanger van de Belastingdienst/Haaglanden, verscheen zonder advocaat, wat ter discussie stond.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de Faillissementswet niet expliciet een verplichte procesvertegenwoordiging voorschrijft, het beginsel daarvan wel geldt om de kwaliteit en adequate behandeling van de procedure te waarborgen. Artikel 5 lid 1 van Pro de Faillissementswet moet aldus worden uitgelegd dat de zaak ter zitting door een advocaat moet worden behandeld.
Verzoeker voerde aan dat medewerkers zonder advocaat voldoende deskundig zijn en dat de wet geen verplichte aanwezigheid van een advocaat voorschrijft bij de zitting. De rechtbank verwierp dit argument, mede vanwege het belang van goede voorlichting en de specifieke kennis die vereist is in faillissementsprocedures.
Daarom werd vastgesteld dat verzoeker niet rechtsgeldig ter zitting was verschenen en werd de behandeling van het faillissementsrekest aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen alsnog met advocaat te verschijnen. De zaak is aangehouden tot 4 november 2008.
Uitkomst: Behandeling faillissementsrekest aangehouden wegens ontbreken van rechtsgeldige advocaatvertegenwoordiging.