ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4441

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
28 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
320699/FT-RK 08.1593
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichte procesvertegenwoordiging bij faillissementszitting vereist advocaat

In deze civiele zaak betreffende insolventierecht heeft de rechtbank 's-Gravenhage geoordeeld over de vraag of procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is tijdens een faillissementszitting. Verzoeker, de ontvanger van de Belastingdienst/Haaglanden, verscheen zonder advocaat, wat ter discussie stond.

De rechtbank stelt vast dat hoewel de Faillissementswet niet expliciet een verplichte procesvertegenwoordiging voorschrijft, het beginsel daarvan wel geldt om de kwaliteit en adequate behandeling van de procedure te waarborgen. Artikel 5 lid 1 van Pro de Faillissementswet moet aldus worden uitgelegd dat de zaak ter zitting door een advocaat moet worden behandeld.

Verzoeker voerde aan dat medewerkers zonder advocaat voldoende deskundig zijn en dat de wet geen verplichte aanwezigheid van een advocaat voorschrijft bij de zitting. De rechtbank verwierp dit argument, mede vanwege het belang van goede voorlichting en de specifieke kennis die vereist is in faillissementsprocedures.

Daarom werd vastgesteld dat verzoeker niet rechtsgeldig ter zitting was verschenen en werd de behandeling van het faillissementsrekest aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen alsnog met advocaat te verschijnen. De zaak is aangehouden tot 4 november 2008.

Uitkomst: Behandeling faillissementsrekest aangehouden wegens ontbreken van rechtsgeldige advocaatvertegenwoordiging.

Uitspraak

rekestnummer: 320699/FT-RK 08.1593
uitspraakdatum: 28 oktober 2008
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
sector civiel recht - enkelvoudige kamer
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/HAAGLANDEN,
verzoeker,
advocaat: mr. E.E. Schipper,
heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van:
X,
verweerster.
Het verzoekschrift is op 21 oktober 2008 behandeld in raadkamer. Mr. D.L.A. van Voskuilen is namens verweerster gehoord. De behandelend ambtenaar van verzoeker, mr. P.W. Hieronimus, is zonder bijstand van een advocaat ter zitting verschenen.
Of al dan niet tot behandeling van het faillissementsrekest dient te worden overgegaan is afhankelijk van de vraag of het is toegestaan dat verzoekers in het kader van de faillissementsprocedure in persoon ter behandeling in raadkamer verschijnen.
Verzoeker stelt zich met behulp van een brief van zijn advocaat op het standpunt dat de verzoeker van een faillissementsaanvraag ook zonder advocaat ter faillissementszitting kan verschijnen en baseert dit standpunt – kort samengevat – op de volgende argumenten. In de praktijk is gebleken dat procesvertegenwoordiging door een advocaat geen tot weinig toegevoegde waarde heeft. De medewerkers van verzoekers zijn uitstekend tot vertegenwoordiging ter zitting in staat. Zij zijn reeds gewend in rechte op te treden in andere procedures en zijn als geen ander bekend met de gehele voorgeschiedenis van de zaak. Daarnaast bepaalt artikel 5 lid 1 van Pro de Faillissementswet weliswaar dat verzoekschriften moeten worden ingediend door een advocaat, maar uit deze bepaling noch uit enige andere bepaling in de Faillissementswet volgt een verplichte vertegenwoordiging door een advocaat op de faillissementszitting. Indien wordt aangesloten bij de wettelijke regeling van de reguliere verzoekschriftprocedure, bestaat eveneens geen verplichte procesvertegenwoordiging en mogen de verzoekers, verweerders en belanghebbenden in persoon op de mondelinge behandeling verschijnen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Zoals verzoeker terecht stelt, vloeit het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging niet expliciet voort uit de Faillissementswet en aanverwante regelgeving. Naar heersende rechtsopvatting strekt het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging er echter onder meer toe de rechter in staat te stellen zijn taak op adequate wijze uit te oefenen, door te verzekeren dat de zaak wordt behandeld en gepresenteerd door gekwalificeerde raadslieden, die in staat zijn een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting te geven van het standpunt van de procespartij voor wie zij optreden. Deze strekking brengt mee dat artikel 5 lid 1 van Pro de Faillissementswet aldus moet worden opgevat dat daarin mede de eis wordt gesteld dat de zaak ter zitting wordt behandeld door een advocaat. Het voeren van een faillissementsprocedure vereist specifieke kennis en vaardigheden, waardoor het belang van goede voorlichting ten overstaan van de rechter en de handhaving van de kwaliteit van de procedure slechts afdoende zijn gewaarborgd indien de belangen van een verzoeker ter faillissementszitting worden vertegenwoordigd door een advocaat. Daarbij komt dat de faillissementszitting tevens een rolzitting is en dat het de voorkeur verdient procesrechtelijke kwesties, zoals aanhouding en het uitbrengen van een exploit door verzoeker, ter zitting te bespreken met de advocaat van verzoeker.
Met het voorgaande heeft de rechtbank overigens geen oordeel over de deskundigheid en bekwaamheid van de medewerkers van verzoeker gegeven. De rechtbank heeft de kwaliteitswaarborgen voor de procesvoering in faillissementsprocedures in het algemeen op het oog. Een uitzondering op deze kwaliteitswaarborgen is – mede gelet op de mogelijke precedentwerking hiervan ook voor anderen dan de verzoeker – niet wenselijk. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verzoeker niet rechtsgeldig ter zitting is verschenen. Zij zal de behandeling van onderhavig faillissementsrekest aanhouden teneinde verzoeker in de gelegenheid te stellen op de juiste wijze ter zitting te verschijnen.
BESLISSING
De rechtbank:
- houdt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring van:
X,
aan tot 4 november 2008 om 10.00 uur.
Gewezen door mr. F.A.M. Veraart en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2008, in tegenwoordigheid van mr. H.A. Verheij, griffier