ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5111
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij aandelen in vastgoedverhuurbedrijf
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een geschil over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij de verkrijging van aanmerkelijk-belangaandelen in een B.V. die vastgoed verhuurt. De kernvraag was of de werkzaamheden van de B.V. meer omvatten dan het beleggen van vermogen, zoals bedoeld in artikel 35b, tweede lid, onderdeel b, van de Successiewet 1956.
De rechtbank stelde vast dat de B.V. in de jaren '70 een aannemingsbedrijf exploiteerde dat panden in eigen beheer bouwde, maar dat dit bedrijf sindsdien is gestaakt. De exploitatie van de panden vindt sindsdien plaats als vermogensbeheer. Eiser had onvoldoende feiten aangevoerd om te bewijzen dat de werkzaamheden van de B.V. verder gingen dan het beleggen van vermogen of daarmee overeenkomende activiteiten.
De rechtbank sloot aan bij artikel 8, zevende lid, van de Wet Vpb 1969 zoals dat tot 1 januari 1998 gold, en concludeerde dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de B.V. feitelijk vermogen belegt en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is.