ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5148
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming kinderopvang wegens niet-tijdige aanvraag binnen wettelijke termijn
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor de tegemoetkoming kinderopvang over 2005, maar deze aanvraag werd pas op 2 november 2006 ingediend, terwijl de wettelijke termijn op 31 augustus 2006 was verstreken. Daarnaast had eiser geen eerdere aanvraag tot verlening van de tegemoetkoming gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de wetgever heeft beoogd dat indien geen tijdige aanvraag tot vaststelling is gedaan en ook geen eerdere aanvraag tot verlening, de tegemoetkoming niet wordt vastgesteld. Dit betekent dat de vaststelling op nihil terecht is.
Eiser voerde aan dat hij onjuist was geïnformeerd door een medewerker van de Belastingtelefoon, maar de rechtbank acht dit beroep op het vertrouwensbeginsel ongegrond omdat niet vaststaat wat precies is gezegd. Ook het betoog dat de informatieverstrekking onvoldoende was, faalt omdat van de aanvrager mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de regels.
Hoewel verweerder de beslistermijn heeft overschreden, leidt dit niet tot andere gevolgen dan wettelijk bepaald. De rechtbank respecteert de door de wetgever gemaakte keuze om aan het overschrijden van termijnen door belanghebbenden andere gevolgen te verbinden dan aan het overschrijden door bestuursorganen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vaststelling van de tegemoetkoming op nihil gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van de tegemoetkoming kinderopvang 2005 op nihil wegens niet-tijdige aanvraag.