ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5199
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling subsidiaire bescherming
Verzoeker, een Pakistaanse Pashtu uit de North West Frontier Province, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De eerdere aanvraag was afgewezen op 7 september 2007. Verzoeker beriep zich bij de tweede aanvraag op artikel 15c van de Europese Definitierichtlijn, stellende dat de veiligheidssituatie in Pakistan, met name in zijn regio, aanzienlijk was verslechterd door een gewapend conflict.
De rechtbank overwoog dat verzoeker geen nieuwe persoonlijke feiten had aangevoerd die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigden, maar dat de aangevoerde informatie over de verslechterde situatie in Pakistan wel nova vormde. Verweerder had niet betwist dat er mogelijk sprake was van een gewapend conflict in de regio en dat verzoeker tot de Pashtu-stam behoorde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 15c niet van toepassing zou zijn en dat het eerdere besluit niet als bindend kon worden beschouwd zonder een juiste toetsing aan deze bepaling. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder dient binnen zes weken opnieuw te beslissen.