ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5478
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser werd op 21 maart 2008 ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een veroordeling voor het reizen met een vals reisdocument. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij buiten zijn schuld zonder geldig reisdocument was geraakt en mogelijk staatloos was, waardoor hij Nederland niet kon verlaten. Tevens voerde hij aan dat hij werkzaam was in het Schengengebied voor een Nederlands bedrijf en dat de ongewenstverklaring zijn belangen onevenredig schaadde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van eiser, met name zijn noodzaak om het Schengengebied te kunnen betreden voor zijn werkzaamheden en de situatie rondom zijn vermeende staatloosheid. Verweerder mocht ervan uitgaan dat het de verantwoordelijkheid van eiser was om over geldige reisdocumenten te beschikken, maar had de belangenafweging zorgvuldiger moeten uitvoeren.
Het besluit tot ongewenstverklaring is daarom onzorgvuldig tot stand gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd, in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van eiser adequaat worden meegewogen. Tevens worden de proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en motivering, met opdracht tot nieuw besluit.