ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Armeense nationaliteit, diende een aanvraag in tot wijziging en verlenging van zijn verblijfsvergunning. Na bezwaar tegen het niet tijdig beslissen, verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond en stelde verzoeker beroep in tegen dit besluit. Tevens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Uit jurisprudentie volgt dat een vreemdeling die ongewenst is verklaard geen belang heeft bij een beroep tegen een besluit tot verlening of verlenging van een verblijfsvergunning, omdat dit beroep niet kan leiden tot rechtmatig verblijf zolang de ongewenstverklaring van kracht is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat geen intrekking, herroeping of opheffing van de ongewenstverklaring had plaatsgevonden, zodat verzoeker geen procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.