ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5487
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ingangsdatum verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Eiser diende op 4 augustus 2005 een aanvraag in tot wijziging van zijn verblijfsvergunning van studie naar verblijf bij partner, met gelijktijdige verlenging. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar gegrond op 5 juni 2008. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit.
De kern van het geschil betrof de vraag of verweerder op grond van artikel 8 EVRM Pro verplicht was de verblijfsvergunning te verlenen met ingang van de datum van de aanvraag, om een verblijfsgat te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro het recht op gezinsleven beschermt, maar niet verplicht tot het verlenen van een verblijfstitel met terugwerkende kracht.
De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 22 augustus 1998 rechtmatig in Nederland verbleef en gedurende de aanvraag- en bezwaarfase het gezinsleven kon uitoefenen. Verweerder had de vergunning terecht verleend met ingang van 17 maart 2006, de datum waarop eiser aan alle voorwaarden voldeed. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt terecht verleend met ingang van 17 maart 2006.