ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5689
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- L. de Loor-Alwin
- S. Verheijen
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek premie lijfrente bij inbreng onderneming in BV wegens ontbreken tijdige lijfrente-overeenkomst
Eiser bracht zijn onderneming in 2005 in een BV in en bracht een premie voor een lijfrente in aftrek bij zijn aangifte inkomstenbelasting. Verweerder weigerde deze aftrek omdat de lijfrente-overeenkomst pas in december 2006 schriftelijk werd vastgelegd. De rechtbank stelde vast dat bij de oprichting van de BV slechts een voornemen bestond om een lijfrente te bedingen, waarbij de wezenlijke wederzijdse prestaties voor een lijfrente-overeenkomst nog niet bepaalbaar waren.
Eiser voerde aan dat de oprichtingsakte, inbrengbeschrijving en openingsbalans voldoende duidelijkheid boden over de afspraken en dat de overeenkomst van december 2006 een nadere precisering betrof. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat het ontbreken van een afkoopverbod en het feit dat de overeenkomst pas later schriftelijk werd vastgelegd, betekende dat er geen geldige lijfrente-overeenkomst bestond op het moment van inbreng.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het beroep op artikel 3.134 Wet IB 2001 faalt omdat er geen eerdere lijfrente-overeenkomst was om om te zetten. Het geschil over de vergoeding van kosten in de bezwaarfase behoeft daardoor geen bespreking. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen geldige lijfrente-overeenkomst bestond bij de inbreng van de onderneming in de BV.