ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.R. van der Graaf
- Rechtspraak.nl
Vergoeding onrechtmatig passantenverblijf in penitentiaire inrichting voorafgaand aan TBS-kliniekplaatsing
Eiser is veroordeeld tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (TBS) en verbleef voorafgaand aan plaatsing in een TBS-kliniek in verschillende penitentiaire inrichtingen, het zogenaamde passantenverblijf. Hij vordert een schadevergoeding wegens onrechtmatig verblijf in deze inrichtingen.
De Staat voert verweer met een beroep op de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, die een maximale termijn van verblijf in penitentiaire inrichtingen voorschrijft, en op formele rechtskracht van de beslissingen die de verblijfsduur verlengden. Tevens stelt de Staat dat de vordering verjaard is omdat eiser pas in 2007 aanspraak maakte.
De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt vanaf het moment dat eiser bekend was met de schade en de aansprakelijke partij. De vordering verjaart daarom voor schade ontstaan vóór 21 augustus 2002. De rechtbank stelt vast dat het passantenverblijf na deze datum onrechtmatig was in strijd met artikel 5 EVRM Pro, zoals bevestigd door de Hoge Raad en het EHRM.
De rechtbank wijst een vergoeding toe voor de periode van 21 augustus tot 20 december 2002, ter hoogte van €2.025, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 september 2007. De gevorderde incassokosten worden gematigd tot nihil en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €2.025 schadevergoeding met rente wegens onrechtmatig passantenverblijf na 21 augustus 2002.