ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting China
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de afgifte van een tweede laissez-passer door de Chinese autoriteiten betekende dat er zicht was op uitzetting van eiser, een Chinese vreemdeling, en daarmee rechtvaardiging voor zijn vreemdelingenbewaring.
De rechtbank overwoog dat eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hadden vastgesteld dat het overleg tussen Nederlandse en Chinese autoriteiten sinds augustus 2008 geen concrete aanwijzingen gaf dat uitzetting op korte termijn mogelijk was. De enkele afgifte van een tweede laissez-passer na 8 september 2008 was onvoldoende om te concluderen dat de houding van de Chinese autoriteiten was veranderd.
Omdat geen nieuwe concrete gezichtspunten waren aangevoerd die een verandering in de handelwijze van de Chinese autoriteiten aannemelijk maakten, stelde de rechtbank vast dat het zicht op uitzetting ontbrak op de datum van inbewaringstelling. Daarom was de bewaring vanaf 6 november 2008 onrechtmatig.
De rechtbank beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van EUR 1.540,- over de periode van 6 tot en met 24 november 2008. Daarnaast werden de proceskosten van EUR 644,- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter F.H. Machiels op 24 november 2008.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting ontbrak en beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring met toekenning van schadevergoeding.