ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5796
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens niet voldoen nationaliteitseis gezinshereniging
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van een afgeleide asielstatus als gezinslid van haar toegelaten kinderen. Hoewel zij niet dezelfde nationaliteit als haar kinderen bezit, stelt zij dat de nationaliteitseis in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn en dat haar belangen op grond van artikel 8 EVRM Pro mee moeten wegen.
De rechtbank overweegt dat de nationaliteitseis in artikel 29, eerste lid, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 een gunstiger bepaling is dan de minimumnormen van de Richtlijn 2003/86/EG en dat deze richtlijn niet van toepassing is op de asielprocedure voor gezinsleden die niet aan deze eis voldoen. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ondersteunt dit standpunt.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet voldoet aan de vereisten voor een verblijfsvergunning asiel omdat zij niet dezelfde nationaliteit heeft als haar kinderen en dat het beroep daarom ongegrond is. Er zijn geen omstandigheden die leiden tot een veroordeling in kosten. Het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan de nationaliteitseis.