ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5804
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame middelen en gevaar voor openbare orde
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn partner in Nederland te verblijven. De aanvraag is afgewezen omdat verweerder oordeelde dat verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt en dat de partner niet duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen dit besluit. Tijdens de procedure heeft verweerder verklaard dat alle relevante documenten over het strafrechtelijk verleden van verzoeker uit Australië zijn overgelegd, waardoor het gevaar voor de openbare orde niet langer wordt tegengeworpen. Het geschil concentreert zich daarom op het middelenvereiste.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld door het besluit op bezwaar te nemen voordat het arbeidscontract van de partner was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Verzoeker heeft niet tijdig gemeld dat het contract was gewijzigd of verzocht om aanhouding van de beslissing. De partner voldeed op het moment van de beslissing niet aan het vereiste van voldoende en duurzame middelen van bestaan.
Er is geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld, aangezien verzoeker nooit een verblijfsvergunning had om het familieleven in Nederland uit te oefenen en er geen objectieve belemmering was om het gezinsleven in Australië voort te zetten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende duurzame middelen van bestaan en het gevaar voor de openbare orde.