ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens nalatigheid bij navraag OM over bezwaar uitzetting
Eiser werd op 1 september 2008 in bewaring gesteld, ondanks dat de voorlopige hechtenis door de strafrechter was opgeheven. De rechtbank onderzocht of deze inbewaringstelling rechtmatig was en of eiser onrechtmatig werd vastgehouden.
De rechtbank stelde vast dat het bevel tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet automatisch de rechtmatigheid van de daaropvolgende terugkeer van eiser naar het huis van bewaring en zijn verblijf aldaar bepaalt. Er was onvoldoende bewijs dat eiser onrechtmatig werd vastgehouden voorafgaand aan de inbewaringstelling.
Wel oordeelde de rechtbank dat verweerder naliet voorafgaand aan de inbewaringstelling bij het Openbaar Ministerie (OM) te informeren of er bezwaar bestond tegen uitzetting van eiser terwijl de strafzaak nog liep. Dit was in strijd met het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, waardoor de inbewaringstelling onzorgvuldig en onrechtmatig was.
Omdat het OM daadwerkelijk bezwaar maakte tegen uitzetting, en verweerder de bewaring daarop direct ophefte, concludeerde de rechtbank dat de inbewaringstelling ten onrechte had plaatsgevonden. Eiser kreeg een schadevergoeding van €1.330,-- toegekend voor de onrechtmatige detentie, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent eiser een schadevergoeding van €1.330 toe wegens onrechtmatige inbewaringstelling.