ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5831
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij toe- en uittreding vennoten in vennootschap onder firma
Belanghebbende, een besloten vennootschap, drijft een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma (v.o.f.). In 2002 trad een vennoot uit en trad een andere vennoot toe. De v.o.f. deed investeringen in twee periodes: voor en na 1 juli 2002. De vraag was of door de wijziging in vennoten een nieuw samenwerkingsverband was ontstaan, waardoor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek per samenwerkingsverband moest worden toegepast.
De rechtbank stelde vast dat de vennootschapsakte bepaalt dat de v.o.f. ten opzichte van belanghebbende is blijven bestaan ondanks de uittreding en toetreding van vennoten. Op grond hiervan moeten de investeringen van het gehele jaar worden samengevoegd voor de toepassing van de investeringsaftrek. Hierdoor werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank baseerde zich op artikel 7A:1683 BW en de bepalingen in de vennootschapsakte omtrent opzegging en voortzetting van de vennootschap. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.F.M.Q. Beukers-van Dooren op 4 november 2008.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de investeringen worden over het gehele jaar samengevoegd voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.