ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6354
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse vreemdeling, was sinds 7 mei 2008 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Irak. De rechtbank beoordeelde het voortduren van deze bewaring na eerdere ongegronde verklaringen en stelde vast dat de bewaring slechts gerechtvaardigd is indien er zicht is op voortvarende uitzetting.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting van eiser. Hoewel vertrekgesprekken zijn gevoerd en documenten zijn opgevraagd, waren deze documenten niet strikt noodzakelijk voor uitzetting. Verweerder gaf aan dat uitzetting ook zonder deze documenten mogelijk was, maar ging niet over tot daadwerkelijke uitzetting.
Gezien de ingrijpende aard van bewaring en het ontbreken van bijzondere omstandigheden die uitzetting zouden bemoeilijken, achtte de rechtbank het voortduren van de bewaring sinds 29 oktober 2008 onrechtmatig. Daarom werd de bewaring per direct opgeheven en werd eiser een schadevergoeding van € 1.440,-- toegekend, gematigd wegens onvoldoende medewerking van eiser. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644,--.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 1.440,--.