ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7029
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag precariobelasting ondanks vroege indiening
Eiseres maakte bezwaar tegen een aanslag precariobelasting voor het jaar 2006 die door verweerder was opgelegd. De bezwaarbrief was ingediend vóór de officiële aanvang van de bezwaartermijn, wat verweerder aanleiding gaf het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank oordeelde dat hoewel de brieven van 16 december 2005 en 6 januari 2006 niet als aanslagbiljetten konden worden aangemerkt, het besluit tot heffing van de belasting reeds was genomen ten tijde van het bezwaar.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaartermijn pas begon te lopen na dagtekening van het aanslagbiljet op 17 februari 2006, en dat het bezwaar van 20 januari 2006 derhalve tijdig was. Verweerder werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 6:10 Awb Pro, waarbij een bezwaar dat vóór de termijn is ingediend niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het besluit nog niet tot stand was gekomen, tenzij de indiener redelijkerwijs mocht aannemen dat dit wel het geval was. In dit geval was dat laatste van toepassing, waardoor het bezwaar ontvankelijk bleef.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres tegen de aanslag precariobelasting wordt ontvankelijk verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.