ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7033
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op uitlevering ondanks veiligheidsrisico's informant
Eiser, een voormalig informant met veiligheidsrisico's, werd in 2007 in Nederland aangehouden op verzoek van de [land] autoriteiten die zijn uitlevering vroegen in verband met drugshandel en een resterende straf. Eiser vreesde voor zijn veiligheid bij uitlevering vanwege zijn rol als informant en de aanwezigheid van corruptie binnen de [land] politie.
De rechtbank beoordeelde of de Minister van Justitie in redelijkheid tot uitlevering kon besluiten zonder de gevraagde veiligheidsgaranties. Hoewel de veiligheidsrisico's van eiser erkend werden, oordeelde de voorzieningenrechter dat de vrees niet zodanig was dat deze de verdragsrechtelijke plicht tot uitlevering kon doorbreken. De rechtbank vond dat de [land] autoriteiten adequaat zouden kunnen optreden en dat er rechtsmiddelen beschikbaar zijn voor eiser.
De primaire vordering tot aanhouding van de zaak werd afgewezen omdat de gevraagde aantekeningen van de sentencing hearing waarschijnlijk geen nieuwe relevante informatie zouden opleveren. De subsidiaire vordering tot verbod op uitlevering zonder garanties werd eveneens afgewezen. Wel werd de Minister verzocht de vrees van eiser nadrukkelijk over te brengen aan de [land] autoriteiten, die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van eiser.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de balans tussen uitleveringsverplichtingen en bescherming van mensenrechten, waarbij de rechter een marginale toets toepast op het Ministeriële besluit.
Uitkomst: Verzoek tot verbod op uitlevering wordt afgewezen, maar Minister wordt verzocht de veiligheidsvrees van eiser over te brengen aan de autoriteiten van [land].