ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7058
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens behoud Nederlandse nationaliteit
Eiser is op 14 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit en daarom niet als vreemdeling kan worden beschouwd. De rechtbank overweegt dat volgens artikel 14 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) naturalisatiebesluiten na 1 april 2003 rechtsgevolg hebben zolang ze niet zijn ingetrokken, ook als persoonsgegevens onjuist zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiser op zijn verzoek bij koninklijk besluit het Nederlanderschap heeft gekregen, gebaseerd op persoonsgegevens van een verblijfsdocument dat hij had gekocht van een andere persoon. Dit besluit is niet ingetrokken. Hierdoor behoudt eiser zijn Nederlandse nationaliteit en kan hij niet in vreemdelingenbewaring worden gesteld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 2 december 2008, wijst een schadevergoeding van €1.595 toe en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten van €644. De beslissing is genomen door rechter A.B.M. Hent op 2 december 2008.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiser wordt opgeheven omdat hij zijn Nederlandse nationaliteit behoudt.