ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7076
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Suriname
Eiser is sinds 12 december 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen de voortzetting van deze maatregel. Bij het onderhavige beroep, het negende, stelt eiser dat er geen zicht is op uitzetting naar Suriname, mede vanwege de lange duur van het onderzoek en de vermeende onwil van de Surinaamse autoriteiten.
Verweerder betoogt dat er nog steeds zicht op uitzetting is, onderbouwd met gegevens van de IND over afgegeven laissez-passer in 2008 en een in oktober 2008 gesloten Memorandum of Understanding tussen Nederland en Suriname over wederzijdse terugname van onderdanen. De rechtbank concludeert dat de Surinaamse autoriteiten sinds oktober 2008 niet meer weigerachtig zijn en dat het zicht op uitzetting in algemene zin niet is komen te vervallen.
Desondanks weegt de rechtbank mee dat de bewaring inmiddels bijna twaalf maanden duurt en dat het belang van eiser bij vrijheid zwaarder weegt dan het belang van voortzetting van de maatregel. De rechtbank acht de belangenafweging in het voordeel van eiser en beveelt opheffing van de bewaring per 1 december 2008. Een schadevergoeding wordt niet toegekend, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op per 1 december 2008 wegens ontbreken van zicht op uitzetting.