ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning in het kader van artikel 8 EVRM
Eiser, een meerderjarige vreemdeling met een langdurige verblijfsgeschiedenis in Nederland, is ongewenst verklaard vanwege recidiverend crimineel gedrag. Hij betoogt dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onjuist is toegepast, mede gezien zijn traumatische gezinssituatie en beperkte banden met zijn land van herkomst.
De rechtbank overweegt dat hoewel sprake is van een traumatische achtergrond en sociale problematiek binnen het gezin, dit niet leidt tot een meer dan gebruikelijke emotionele band (‘more than the normal emotional ties’). De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij ook de objectieve belemmeringen voor familiebezoek van korte duur zijn betrokken. De rechtbank acht het algemeen belang zwaarder dan het individuele belang van eiser.
Daarnaast heeft eiser geen belang bij de beoordeling van zijn beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning, zolang de ongewenstverklaring van kracht is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld. De rechtbank concludeert dat de ongewenstverklaring gerechtvaardigd is en dat het beroep ongegrond is, terwijl het beroep tegen de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.